Preventieve Maatregelen - Coronavirus - covid 19

Meer info

In-vitrofertilisatie (IVF)

In de praktijk

In-vitrofertilisatie (IVF) bestaat uit het stimuleren van de rijping van meerdere follikels bij de vrouw en uit het wegnemen van eicellen door een transvaginale punctie onder echogeleiding.

De eicellen komen in een kweekmilieu terecht, waar men een oplossing van spermatozoïden die in staat zijn te bevruchten, aan toevoegt. De bevruchting gebeurt spontaan in een incubator.

Na het kweken van de embryo's gedurende 2 tot 5 dagen plaatst men een beperkt aantal enbryo's terug in de baarmoeder en dit volgens de wettelijke bepalingen.

Indicaties voor ivf zijn:

  • een behandeling voor eileiderobstructies
  • endometriose
  • gematigde sperma-insufficiëntie
  • idiopathische en immunologische steriliteitsproblemen

De succesratio kan op verschillende manieren worden uitgedrukt en hangt onder andere af van de leeftijd van de vrouw.

 

Complicaties bij IVF

In-vitrofertilisatie geeft weinig complicaties, te weten:

- In ongeveer 5% van de gevallen kan een hyperstimulering van de eierstokken leiden tot een zwelling van de onderbuik (die zich met vocht vult). Zelden is een hospitalisatie van enkele dagen nodig om via vaginale weg een punctie uit te voeren om het vocht te verwijderen. Het aanleggen van een infuus is nodig om de gewijzigde hydrominerale evenwichten te herstellen.

- In minder dan 2 op de 1.000 eicelpuncties treedt een oude eileiderinfectie terug op en zijn de inname van antibiotica en enkele dagen hospitalisatie noodzakelijk.

- Even uitzonderlijk (1 op de 1.000) kan een nabloeding ter hoogte van de meerdere aangeprikte follikels optreden, waarbij soms een laparoscopie nodig is om het bloed weg te zuigen.

Vroeger was het grootste ivf-risico dat van een tweelingzwangerschap (20% van de zwangerschappen tot in 2003) en de drielingzwangerschappen (vroeger 2% van de zwangerschappen).

Met de huidige bepalingen (transfert van één embryo bij jonge vrouwen) zijn deze risico's respectievelijk tot ongeveer 10% en 0,2% vermindert, dus min of meer deze van spontane meerlingzwangerschap zonder hulp van MBV.