Nuttige informatie
Met behulp van een elektrofysiologisch onderzoek kan worden vastgesteld of uw klachten verband houden met hartritmestoornissen. Als uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat u hartritmestoornissen heeft, zullen we, met uw toestemming, besluiten om u te behandelen met ablatie.
Belangrijke opmerking: Bij zwangerschap of een mogelijke zwangerschap is het verboden om het onderzoek en/of de behandeling uit te voeren.
Neem op de dag van uw opname al uw medicijnen mee, zodat het verplegend personeel een volledige lijst kan opstellen.
Op dat moment zullen wij u aangeven welke medicijnen u mag blijven innemen en welke u moet stoppen.
Het is belangrijk dat u deze instructies nauwkeurig opvolgt, zodat het onderzoek en/of de behandeling onder optimale omstandigheden kan plaatsvinden.
Er worden enkele voorbereidende onderzoeken uitgevoerd, namelijk:
- een bloedafname
- een elektrocardiogram
- en/of een echografie.
Er wordt een infuus in een ader in uw arm geplaatst om tijdens het onderzoek indien nodig een medicijn toe te dienen.
Opmerking: U mag uw bril ophouden. Wij vragen u echter wel uw kunstgebit, contactlenzen en sieraden uit te doen.
Het elektrofysiologisch onderzoek en de ablatiebehandeling
Het elektrofysiologisch onderzoek, eventueel gevolgd door een ablatiebehandeling, wordt uitgevoerd door 1 of 2 specialisten.
De artsen die u achter het glazen scherm ziet, zijn verantwoordelijk voor de verschillende handelingen tijdens de procedure.
De verschillende apparaten in de kamer worden gebruikt om uw hart in beeld te brengen en helpen het ritme ervan te beïnvloeden en te controleren.
Het verplegend personeel zal u tijdens het onderzoek bijstaan. Zodra u op de onderzoekstafel ligt, worden er verschillende elektroden op uw lichaam geplakt. Vervolgens wordt u volledig bedekt met steriele lakens. Alleen uw gezicht blijft vrij.
Na desinfectie wordt de plaats waar de katheter wordt ingebracht (in de liesplooi) plaatselijk verdoofd.
Het onderzoek begint met het inbrengen van kleine slangetjes in een ader in de liesplooi of soms in een ader in de hals.
Via deze slangetjes worden verschillende katheters naar het hart geschoven om daar ritmestoornissen te onderzoeken. Vervolgens worden ritmestoornissen opgewekt door elektrische stimulatie. Eventueel kunnen nog extra medicijnen worden toegediend. Op dat moment kunt u een versnelde hartslag voelen, wat volkomen normaal is. Tijdens de opgewekte ritmestoornissen meten we nauwkeurig de elektrische activiteit van het hart om de oorzaak van uw probleem te vinden.
Om de ablatie uit te voeren, wordt het uiteinde van de katheter verwarmd met behulp van radiofrequentie- of cryo-elektrische energie. Het gebied dat de stoornissen veroorzaakt, wordt vervolgens verbrand of bevroren.
Het gebruik van radiofrequentie kan een warm gevoel in de borstkas geven. Dit is volkomen normaal. Mocht u echter pijn voelen tijdens de behandeling, aarzel dan niet om dit aan de specialist te melden, die de ablatie dan even kan onderbreken.
Een andere ablatiemethode is cryoablatie. Het uiteinde van de katheter wordt gekoeld, zodat de plaats waar de ritmestoornissen ontstaan bevroren wordt in plaats van verbrand.
Nadat de kleine slangetjes zijn verwijderd, is het belangrijk dat u minstens 4 uur in bed blijft liggen, of zelfs langer als de ingreep via een slagader is uitgevoerd. Deze voorzorgsmaatregel is nodig om bloedingen op de plaats van de punctie te voorkomen.
Vaak wordt er rond de ader gehecht (hechtingen die verwijderd moeten worden) of in de slagader (hechtingen die vanzelf oplossen).
Het verplegend personeel zal u aangeven wanneer u mag opstaan en zal af en toe uw bloeddruk, hartslag en de punctieplaats controleren.
Voordat u naar huis gaat, zal de arts u de resultaten van de ingreep meedelen. U krijgt ook de gelegenheid om vragen te stellen of aanvullende informatie te vragen aan het verplegend personeel.
- De meest voorkomende complicatie is een blauw plek in de lies, die vanzelf zou moeten verdwijnen (1 tot 2%).
- Het is mogelijk dat uw klachten worden veroorzaakt door hartritmestoornissen die niet met ablatie kunnen worden behandeld, maar wel met medicatie of door het implanteren van een pacemaker.
- Tijdens de ablatie kan het normale geleidingssysteem van het hart beschadigd raken, waardoor een definitieve implantatie van een pacemaker noodzakelijk kan zijn (-1%). De specialist zal u hiervan op de hoogte brengen en er zal een beslissing worden genomen na uw toestemming.
- Ook is het mogelijk dat de hartritmestoornissen na enige tijd terugkeren, zelfs na een succesvolle ablatie (dit is het geval bij ongeveer 10% van de patiënten). Een tweede, en eventueel een derde, ablatie zal nodig zijn om een optimale genezing van het probleem van de hartritmestoornissen te bereiken.
- Andere complicaties zijn uiterst zeldzaam (<1/800 tot 1/500: beroerte na AF).
Enkele veelgestelde vragen
- Identiteitskaart
- Uw gebruikelijke medicatie
- Eventueel: een brief van uw huisarts/specialist.
- Neem geen geld of andere waardevolle voorwerpen mee.
Laat nooit persoonlijke of waardevolle voorwerpen in uw kamer achter.
In principe kunt u na 24 uur uw gebruikelijke bezigheden weer oppakken.
Als u vóór uw onderzoek arbeidsongeschikt was, moet u het advies van uw arts en/of cardioloog inwinnen.
Het is mogelijk dat het onderzoek afwijkingen aan het licht heeft gebracht die het hervatten van het werk niet toelaten.
Wij raden u aan alle attesten in uw kamer te bewaren.
Tijdens het laatste bezoek van de arts vult hij de attesten in die hem betreffen.
Administratieve attesten kunnen worden ingevuld bij de inschrijvingsbalie.
De verantwoordelijke verpleegkundige van de afdeling helpt u bij eventuele problemen.
Het is niet nodig om de opnamedienst op de hoogte te brengen voor uw vertrek.
U hoeft ter plaatse niets te betalen. De factuur met een overschrijvingsformulier wordt u later toegestuurd.